Print deze pagina

Huwelijksakte Riquin Ignatius Bentinck en Anna von Westerholt

Beoordeel dit item
(1 Stem)

Omschrijving

Huwelijksakte Riquin Ignatius Bentinck en Anna von Westerholt (gedeeltelijk)

20 september 1712

NB: bij dit item horen meerdere afbeeldingen, waarvan de eerste hier getoond wordt. Onder "downloads"  staat een PDF-bestand waarin alle afbeeldingen zijn opgenomen.

  • Title Huwelijksakte Riquin Ignatius Bentinck en Anna von Westerholt
  • Source Landesarchief Nordrhein-Westfalen Abteilung Westfalen, Sammlung F.F.von Raet von Bögelscamp Akten 98
  • Date 20-09-1712
  • Datum [jaar] 1712
  • Contributor Matthijs Wanrooij
  • Format Image, Text
  • Language2 duits
  • Item type Document
  • Identifier AHB/39
  • Gepubliceerd in Over de Breckelenkampse goederen in de achttiende eeuw (1)

Context

[...] In de winter van 1713 moet Adriaan Willem zijn overleden maar voor zijn dood heeft hij nog het geluk gekend het tij te zien keren. Dat was in 1712 toen Riquin Ignatius trouwde met Anna Maria van Westerholt, dochter van de in 1708 overleden Hermann Otto van Westerholt tot Lembeck. De geschiedenis van de familie Van Westerholt, die van oorsprong Gelders was en toegelaten tot de ridderschap, vertoont overeenkomsten met die van de Bentincks van Breckelenkamp. Zij leefden volgens de oude katholieke traditie en onderhielden, net als de familie Bentinck, nauwe contacten met de bisschop van Münster. [...]

[...] Het huwelijk van Riquin Ignatius en Anna kwam net op tijd om de Breckelenkampse bezittingen te behouden, hoewel daar aanvankelijk nog lange tijd onzekerheid over bestond. De redding kwam niet van de familie Van Westerholt, die waarschijnlijk niet erg met het huwelijk ingenomen zal zijn geweest, maar van de familie van Anna’s moeder. Anna, die ten tijde van het huwelijk tegen de dertig liep en dus ouder was dan de toen vierentwintigjarige Riquin Ignatius, stamde uit het derde huwelijk van de overleden Herman Otto van Westerholt. Haar moeder was een telg van de schatrijke rooms-katholieke suikerbakkersfamilie Ten Sande uit Amsterdam. De familie Ten Sande had fabrieken en bezittingen in het hartje van Amsterdam. De suikerraffinaderij van Anna’s neef Gerrit ten Sande lag op het Rokin naast het hoekhuis aan de Kalfsvelsteeg. Gerrit was de stichter van het Nieuwe Suykerhofje achter de Prinsengracht, een hofje voor bejaarde rooms-katholieke vrouwen, dat tegenwoordig een rijksmonument is. Zoals we in het vervolg zullen zien, is het vooral aan deze Amsterdamse suikerbakkersfamilie en in het bijzonder aan Gerrit ten Sande en zijn zuster Maria te danken dat het Huis voor de Bentincks behouden bleef.

De familie Van Westerholt had al niet veel op met Anna en haar moeder en nu dreigden de Westerholts door het huwelijk van Anna ook nog betrokken te worden bij de toestand waarin het Huis te Breckelenkamp terecht was gekomen. Dat er bij het huwelijk van Riquin Ignatius en Anna niemand van de familie Van Westerholt aanwezig was spreekt boekdelen. Gerrit en Maria ten Sande moeten hebben gezorgd voor de bruidschat die Riquin Ignatius zo hard nodig had om het stamgoed voor de Bentincks te behouden. De huwelijkse voorwaarden hielden in dat de bruidegom het Huis te Breckelenkamp inbracht en dat de bruidschat alleen mocht worden aangewend om de vele schulden te delgen.116 Door het huwelijk verkreeg Riquin Ignatius ‘Haselünne’, een goed te Haselünne in het Nederstift van Münster dat na de dood van Herman Otto van Westerholt aan de moeder van Anna was toegewezen. Voorlopig gingen Riquin en Anna daar wonen. [...]

Transcript

Ehe Pacten zwischen

den HoogWohlgeboren Herren Riquin Ignatius von Bentinck an einer

und die HochWohlgeborn Freulein Anna Maria von Westerholt zu Haselunne zur anderen Zeite in dato 20 september 1712.

Zur ehren Gottes unterhaltung guhter freundschaft und fortsetzung der familien ist heut dato Schwischen den Hochwohlgeborenen Herren Riquin Ignatius von Bentinck, jungster Sohn von den Hause Breckelcamp als Breutigam       und Hochzeiter an einer die auch Hoogwohlgeborene freulein Anna Maria von Westerholt zu Haselünne als freule   Braut und Hochzeiterin zur anderen Seite mit vorwiesen asistence und approbition der beydenseits unterschribenen elteren und verwanten, eine Chrislliche Heijrath, und daruber folgende ehepacta einhellich durch einen bundigen Contract     unter den Lebenden unwirderrecklich und verbindlich gemachet.

Erstlich sollen und wollen vorgesagte Beyde contrahenten die anstehende Heyrath zu erst nach Christlicher und Kirchlicher ordnung volzihen und solenniren lassen

Zweitens. Soll und wil obgemelter H: Breutigamb seine freulin Brauth   in Donationum propter nuptias anbringen die Hoog adeliche Hovesath Breckel            camp in Twente und gericht Otmerschen gelegen, mit allen ab- und dependentien als in specie das haus Hooft, garten, holdgewas, Jagt fischereijen und alle da zu gehorige Guhteren und Erben.

Drittens wollen des mehrgemelte Herren Brautigambs Herrn Vater und Frau Mutter, so dan der eltester alles hier an bis hie hin gehabtes  recht aus sonderlichen ursachen und Consideration mit allen revenuen vortheil und beschwer auf ihn Herren Brautigam, jedoch gegen      standsmäsig reservirter alimentation, welche sie beij und mit dieses  den kunftigen ehleuten auf den Hause Breckelcamp vorlieb nehmen wollen ubergeben, cediren und transportieren wie selbige dan hie mitt und kraft dieses ubergeben cediren, transportieren auch wurklig abtrehten

Viertens soll und will Herr Breutigam seine freulein brauth zur Morgen gab da neben hiemitt geben und ein handigen tausend Reichstaler  in Hollandischen bahren geld.

Funftes. Soll und will mehr wohlge            meltes freulein Brauth ihren lieben Herren Breutigamb zum Brautschatz zu und einbringen an Marck geldz  zweij tausend Reichstaler, jedoch dergestalten, das die selbe nirgendz anderst zu verwendet werden sollen als zur ablohsung deren eltesten dieser mehr gemeldten adlichen guhte aufliegende schulden.

Sehstens (sic). Sollen die hierdurch abloesende briefschaften auf die freulein Brauth cediert und dehn selben zu ihrer sicherheit wurklig          zum verwahr ausgelifert werden

Siebtens soll das andere der freulein brauth zugehöriges guht zu ihrer freijen Disposition und administration dergestalten sein, und verbleiben das sie damit nach guhtfinden, den hause und guht aufliegende Schulden einloesen oder die abgetheilte und sonst versitzte erbe wieder redimiren das einloesende sich cediren lassen und die briefe dagegen zu sich nehmen konne.

8tens Sollen aus diesen kunftigen ehe Kinder gezihtet werden so sol dem eltesten Sohn hernegst das Haus und Guht wan er sich standmässich verheyrathen wird, und denen guhteren genuchsam vorzu stehen capable sein wird, gelassen werden Jehdoch soll selbiger schuldig sein, denen anderen schwesteren und bruderen nach proportion dehren guteren so viel heraus zu geben, als die näheste anverwanten solches fur billich agten werden; (etc.)

 

(Getekend)

Anna Maria von Westerholt                          Riquin Ignatius von Bentinck

 

Bey ermangelung meiner ver-

wanten haben diese unter                              A:W: Bentinck zu Breckelkamp

stehende beeyde Herren von Ben-                Vater des Brautigams

tinck auff begeeren von mich

stat meiner verwanten dieses                         E A: Bentinck (Everhard Adrian)

mit untersschrieben und gesiegelt

A.M. v Westerholt                             E H: Bentinck zu Langewische

(Everhard Herman)

Gerelateerde items (op tag)